Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01], geboren op [geboortedatum01] 1999 te [geboorteplaats01] ;
tot en met 27 november 2023;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De officier van justitie verzocht op 3 november 2023 om verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro voor betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 november 2023, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een arts en een begeleider aanwezig waren. De officier van justitie verscheen niet.
Betrokkene erkent zijn uitzichtloze situatie en suïcidaliteit, maar staat neutraal tegenover het verzoek. De arts rapporteert een depressief toestandsbeeld met autisme, suïcidegedachten, en een vervuilde woonomgeving. Betrokkene is gestopt met studie en werk en toont weinig initiatief. De voorgaande crisismaatregel liep af op 1 november 2023, waarna geen zorgmachtiging werd aangevraagd vanwege een initiële vrijwillige opname.
De rechtbank concludeert dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar door suïcidaliteit. De noodzakelijke verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in eigen levensinrichting en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. Betrokkene toont onvoldoende bereidheid tot vrijwillige zorgacceptatie, waardoor een machtiging noodzakelijk is.
De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 27 november 2023, wijst het meer of anders verzochte af en bevestigt dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met noodzakelijke verplichte zorg tot en met 27 november 2023.