Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van zijn woning voor de belastingjaren 2021 en 2022, vastgesteld op respectievelijk € 875.000. De heffingsambtenaar verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 9 november 2023 en partijen bereikten ter zitting een compromis.
Conform dit compromis werd de WOZ-waarde voor belastingjaar 2021 verlaagd naar € 762.000, terwijl de waarde voor 2022 ongewijzigd bleef. De rechtbank verklaarde het beroep voor 2021 gegrond en voor 2022 ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2021 werd dienovereenkomstig verminderd.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar verplicht het griffierecht van € 49 aan belanghebbende te vergoeden, maar werden proceskosten niet toegewezen omdat geen kosten waren opgevoerd. De uitspraak werd openbaar gemaakt op 20 november 2023 en kan worden aangevochten bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.