Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om het definitief ontwerp voor de herinrichting van de Marksingel vast te stellen. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het vaststellen van het ontwerp geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze niet-ontvankelijkverklaring behandeld. De rechtbank oordeelt dat het vaststellen van het ontwerp inderdaad geen besluit is zoals bedoeld in de Awb, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die individuele rechtsgevolgen voor eiser heeft. Het college heeft voor vergunningsplichtige activiteiten, zoals het kappen van bomen of het instellen van eenrichtingsverkeer, afzonderlijke besluiten genomen die wel aan de Awb voldoen.
Daarom is het bezwaar tegen het vaststellen van het ontwerp niet ontvankelijk en is het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen terugbetaling van het griffierecht en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Paijmans op 16 november 2023 en is geanonimiseerd gepubliceerd.