ECLI:NL:RBZWB:2023:806
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking van 16 juni 2022 over de integrale herbeoordeling van kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken, verlengd met zes weken, op het bezwaar beslist. Eiseres stelde verweerder op 14 december 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder verzocht om een langere beslistermijn van tien weken vanwege het grote aantal bezwaren en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiseres af.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van de termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 9 februari 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.