Op 12 oktober 2021 raakten verdachte en het slachtoffer in Bergen op Zoom betrokken bij een schietincident waarbij het slachtoffer als eerste schoot en verdachte terugschoot, waarbij het slachtoffer in zijn been werd geraakt. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag en het bezit van een vuurwapen in een woonwijk.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een geslaagd beroep op noodweer kon doen omdat hij zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Verdachte had eerst geprobeerd weg te rijden, maar dat lukte niet, waarna hij zich uit zijn auto wierp en terugschoot. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging voor poging tot doodslag.
Voor het bezit van het vuurwapen, dat onder categorie II of III van de Wet wapens en munitie valt, werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden met aftrek van voorarrest. De rechtbank benadrukte het belang van het verbod op vuurwapens en hield rekening met de psychische impact van de gebeurtenissen op verdachte.
Daarnaast werd de teruggave van de in beslag genomen auto aan verdachte gelast. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 21 november 2023.