ECLI:NL:RBZWB:2023:8084

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
21 november 2023
Zaaknummer
414195 / JE RK 23-1688
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Phillips
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens loyaliteitsproblematiek en ontbreken definitief ouderschapsplan

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 november 2023 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 21 juli 2024. Deze beslissing volgt op een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) die stelt dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds bedreigd wordt door de complexe situatie tussen de ouders.

De ouders delen het ouderlijk gezag en hanteren een co-ouderschapsregeling, maar de relatie tussen hen kent ernstige loyaliteitsproblemen die de minderjarige in een klempositie brengen. Het opstellen van een definitief ouderschapsplan is nog niet afgerond, mede doordat de moeder haar handtekening nog niet heeft gezet en de vader wel een concept heeft ingeleverd.

De GI heeft trajecten ingezet zoals speltherapie en intensieve gezinsbegeleiding, maar deze zijn nog niet succesvol afgerond. De speltherapie is zelfs beëindigd vanwege het ontbreken van toestemming van beide ouders. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat een systemisch psychologisch onderzoek wordt verricht om de situatie beter in kaart te brengen.

De rechtbank acht verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om rust, duidelijkheid en stabiliteit voor de minderjarige te waarborgen en hoopt dat de ouders in de verlengingsperiode een definitief ouderschapsplan zullen opstellen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct gevolgd moet worden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 21 juli 2024 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/414195 / JE RK 23-1688
Datum uitspraak: 20 november 2023
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
gevestigd te Tilburg,
betreffende

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2013 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen te Hilvarenbeek,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats] ,
procederend in persoon (voorheen, advocaat: mr. E.M.A. Leijser)
mr. L. STAM, advocaat kantoorhoudende te ‘s-Hertogenbosch, in haar hoedanigheid als bijzondere curator over [minderjarige] , hierna te noemen: de bijzondere curator.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

Het (verdere) procesverloop

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de in deze zaak gegeven beschikking van 20 oktober 2023 en de daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI van 2 oktober 2023, ingekomen bij de griffie op 31 oktober 2023;
- de brief met bijlage van de GI van 7 november 2023, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum, betreffende het cliëntplan vanuit [zorgorganisatie] ;
- het e-mailbericht van mr. Leijser van 8 november 2023, inhoudende dat zij niet meer als advocaat van de vader optreedt.
Op 8 november 2023 heeft de kinderrechter de zaak voortgezet en met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
-de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- de bijzondere curator.
Gelet op de nauwe samenhang van het verzoek van de GI en de zaak van [minderjarige] met kenmerk C/02/408177 / FA RK 23-1606, zijn de zaken gelijktijdig behandeld. In de zaak van [minderjarige] wordt bij separate beschikking beslist.

De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Tussen de ouders en [minderjarige] is sprake van een co-ouderschapsregeling, van een week op en week af bij ieder van de ouders.
De kinderrechter heeft [minderjarige] bij beschikking van 21 april 2020 onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd. Laatstelijk heeft de kinderrechter bij beschikking van 20 oktober 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 21 november 2023.

Het (resterende) verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van negen maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Thans ligt nog ter beoordeling voor of de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd moet worden voor de resterende periode, te weten tot 21 juli 2024.

Het standpunt van de GI

Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] wordt nog altijd in haar ontwikkeling bedreigd. Het traject Ouderschapsbemiddeling, het werken aan Solo Parallel Ouderschap en het opstellen van een ouderschapsplan is nog niet afgerond. De vader heeft volgens afspraak een concept ouderschapsplan ingeleverd, de moeder niet. Dit heeft geleid tot eens vooraankondiging schriftelijke aanwijzing jegens de moeder. De GI heeft bij [zorgorganisatie] een hulpvraag neergelegd voor IGB (intensieve gezinsbegeleiding), maar daarvoor bestaat een wachtlijst van vijf maanden. De ouders zitten wat betreft dit traject nog in de opstartfase. De GI maakt zich zorgen over het ‘kameleongedrag’ wat [minderjarige] laat zien. [minderjarige] zit nog altijd klem tussen de ouders. De ouders vallen steeds terug in oude patronen ten aanzien van de omgang met elkaar. Om de nog benodigde trajecten te doorlopen en af te ronden met als resultaat rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor [minderjarige] dient de ondertoezichtstelling verlengd te worden. De GI heeft voor ogen binnen vier maanden een ouderschapsplan klaar te hebben en regels over Parallel Solo Ouderschap vast te stellen. Als de ouders hieraan niet meewerken, blijft de ontwikkeling van [minderjarige] bedreigd. Alsdan moet gekeken worden naar het perspectief waar [minderjarige] kan opgroeien. Verder is [minderjarige] rond de zomervakantie gestart met speltherapie bij [zorgorganisatie] . Deze therapie is echter direct beëindigd omdat [minderjarige] geen werkelijke toestemming heeft van beide ouders om bij [zorgorganisatie] te mogen zijn. [zorgorganisatie] heeft geconcludeerd dat de speltherapie in deze situatie een averechts effect zal hebben. Binnen de ondertoezichtstelling lijkt het hoogst haalbare te zijn helderheid te hebben over de contactregeling en een dichtgetimmerd ouderschapsplan te realiseren. De GI heeft ook nagedacht over het vinden van een buddy voor [minderjarige] met wie zij haar ervaringen kan delen. De GI hoopt dat [minderjarige] daarvoor van beide ouders de ruimte krijgt. De vraag van de kinderrechter of de GI ook heeft nagedacht over psychologisch systemisch onderzoek beantwoordt de GI negatief. Echter, als de ondertoezichtstelling wordt verlengd, zal ook deze optie worden meegenomen. Systemisch onderzoek kan echter niet vanuit [zorgorganisatie] . Daarnaast zegt de GI toe aandacht te hebben voor de samenwerkingsrelatie met de moeder.

Het standpunt van de belanghebbenden

Door en namens de moeder is, samengevat, aangevoerd dat [minderjarige] behoefte heeft aan rust. Zij kan zich niet focussen op wat belangrijk voor haar is. De moeder ziet [minderjarige] afbrokkelen en dat is moeilijk. Met de GI kan de moeder hierover niet goed in gesprek. De moeder zou het fijn vinden als zij meer ruimte krijgt om te zeggen wat zij nodig vindt voor [minderjarige] ; de moeder vindt dat zij daar zelf wat daadkrachtiger in mag zijn. Het Solo Parallel Ouderschap en de co-ouderschapsregeling verlopen in beginsel goed. De moeder vindt het belangrijk om een ouderschapsplan op te stellen. Op hoofdlijnen is het concept voor haar akkoord. Zij heeft haar handtekening echter nog niet gezet, omdat op dit moment de wens van [minderjarige] nog niet is meegenomen in het plan. De stem van [minderjarige] moet de basis van het ouderschapsplan zijn. De moeder werkt mee aan de ondertoezichtstelling en is het eens met het verlengen daarvan.
De vader brengt, samengevat, het volgende naar voren. Wat [minderjarige] nodig heeft is rust en emotionele toestemming om naar beide ouders te mogen gaan. [minderjarige] moet volledig ondersteund kunnen worden, zodat zij haar eigen kleur kan ontwikkelen en zichzelf kan ontplooien. Momenteel zit [minderjarige] in een klempositie en daar heeft zij last van. De vader heeft aan alle hulpverlening meegewerkt en iedere tip opgevolgd. Er is IGB en ook is er een concept ouderschapsplan ingeleverd. Speltherapie deed [minderjarige] goed, maar de moeder werkt daaraan niet mee. De vader heeft daarom [stichting] ingeschakeld om voor [minderjarige] een buddy te zoeken bij wie zij met vragen terecht kan. De vader heeft hierover niet overlegd met de GI. In de visie van de vader zijn er in de afgelopen periode van ondertoezichtstelling relatief weinig stappen gezet. Enerzijds komt dit door de ouders, anderzijds door wisselingen binnen de GI. De vader staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling om een definitief ouderschapsplan te realiseren. Ook wenst de vader de opties te bezien voor het hervatten van speltherapie.
De bijzondere curator brengt, samengevat, het volgende naar voren. [minderjarige] zit klem tussen haar ouders. Het is daardoor voor haar moeilijk om zich verder te ontwikkelen. Ouders zijn vooral bezig met elkaar, niet met [minderjarige] . Bij hen wordt reflectie gemist. De bijzondere curator maakt zich zorgen over de toekomst. [minderjarige] heeft een vertrouwenspersoon nodig bij wie zij haar ei kwijt kan. De bijzondere curator heeft geen bezwaar tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling.

Het standpunt van de Raad

De Raad beaamt het belang van een verlenging van de ondertoezichtstelling. Naast het opstellen van het ouderschapsplan en het verder vormgeven van Solo Parallel Ouderschap is ook het organiseren van systemisch onderzoek een doel dat past binnen de ondertoezichtstelling. De Raad is verbaasd dat [zorgorganisatie] dit niet meer kan oppakken. Anderzijds is het wellicht ook goed om zo’n onderzoek uit te laten voeren door een andere organisatie die niet bekend is met het gezin. Hoe dan ook is het van belang dat [minderjarige] haar eigen kleur terug kan krijgen. Het is ook van belang dat [minderjarige] een vertrouwenspersoon heeft bij wie zij terecht kan. Bovendien is het een taak van de GI om, wanneer de contactregeling zou worden gewijzigd, het gesprek hierover goed voor te bereiden.
De beoordeling
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met artikel 1:255 BW Pro, kan de kinderrechter – samengevat en voor zover relevant – een ondertoezichtstelling verlengen indien sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is onvoldoende wordt geaccepteerd en de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn in staat zijn om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige te dragen. De kinderrechter kan, mits nog aan de voorwaarden wordt voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Gelet op de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] onverminderd in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De kinderrechter kan hierover kort zijn: [minderjarige] zat én zit klem tussen haar ouders. Het patroon wat ouders vertonen in hun onderlinge relatie is zorgelijk. Ingezette trajecten zijn niet of onvoldoende van de grond gekomen, speltherapie is beëindigd en er is nog geen definitief ouderschapsplan. De afgelopen drie jaar alleen al zijn er vijftien rechtszaken over [minderjarige] geweest en ook in de jaren daarvoor hebben er meerdere procedures plaatsgevonden. Als gevolg hiervan is er al jarenlang onrust voor [minderjarige] en heeft de onderlinge strijd tussen de ouders geleid tot forse loyaliteitsproblematiek bij [minderjarige] . Daarom vindt de kinderrechter het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat er een systemisch psychologisch onderzoek plaatsvindt. Om alle trajecten af te ronden en de door de GI gestelde doelen te realiseren is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de resterende duur (artikel 1:260, eerste lid, BW), te weten tot 21 juli 2024. De kinderrechter hoopt dat de ouders deze periode aangrijpen om een definitief ouderschapsplan op te stellen, zodat er voor [minderjarige] rust, duidelijkheid en stabiliteit komt. Omdat de kinderrechter van beide ouders heeft gehoord dat zij dit noodzakelijk achten voor [minderjarige] , heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat zij hiervoor allebei alles in het werk stellen.
De kinderrechter zal de beslissing gelet op de aard daarvan uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] van 21 november 2023 tot 21 juli 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023 door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.