ECLI:NL:RBZWB:2023:809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 13 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had uiterlijk op 13 oktober 2021 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging tot 13 april 2022. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd en eiseres heeft verweerder op 1 april 2022 ingebrekesteld, welke ingebrekestelling op 11 april 2022 is ontvangen.
Hoewel de ingebrekestelling formeel te vroeg was, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk vanwege proceseconomische redenen en de verwachting dat verweerder niet tijdig zou beslissen. Na het verstrijken van de beslistermijn en de wettelijke termijn voor beroep, oordeelt de rechtbank dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zeven weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden, waarbij de proceskosten worden vastgesteld op € 418,50 wegens de lichte aard van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen zeven weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.