Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] uit [plaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de heffingsambtenaar,
de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 15 december 2021 behoudens de beslissing over de kostenvergoeding;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 24 maart 2023;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2020 tot € 839.000 en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning per waardepeildatum 1 januari 2021 tot € 841.000 en vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 41,67;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 8,33;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de griffierechten van € 100 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.940 aan proceskosten aan belanghebbende.