ECLI:NL:RBZWB:2023:8112
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening recht op kinderbijslag bij detentie en wijziging hoofdverblijf kinderen
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening van zijn recht op kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2022 door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb had vastgesteld dat eiser vanaf 18 oktober 2021 tot 12 april 2022 in detentie verbleef en dat de kinderen feitelijk bij de moeder verbleven, waardoor zij niet langer tot zijn huishouden behoorden.
De rechtbank stelde vast dat eiser minder dan zes maanden gedetineerd was, maar geen huishouden had achtergelaten dat in stand bleef. De feitelijke situatie was dat de kinderen vanaf 7 september 2021 bij de moeder verbleven, ondanks het co-ouderschap en het ouderschapsplan. De wijziging van hoofdverblijf werd formeel vastgesteld op 26 januari 2022, maar de feitelijke situatie was doorslaggevend.
De rechtbank oordeelde dat de Svb terecht het recht op kinderbijslag heeft herzien omdat eiser op de peildatum (1 januari 2022) geen recht meer had op kinderbijslag. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien. De rechtbank wees erop dat eiser de Svb niet had geïnformeerd over de feitelijke situatie en dat het voor eiser duidelijk had moeten zijn dat de kinderbijslag ten onrechte werd uitbetaald. De beslissing op bezwaar waarin werd afgezien van terugvordering werd door de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening van het recht op kinderbijslag over het eerste kwartaal van 2022.