ECLI:NL:RBZWB:2023:8128

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 oktober 2023
Publicatiedatum
23 november 2023
Zaaknummer
10719911 / OV VERZ 23-5413 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedurewijziging van verzoekschrift naar dagvaardingsprocedure in huurkoopgeschil

De zaak betreft een geschil tussen verzoeker en verweerder waarbij verzoeker een woning huurt van verweerder en stelt dat er een afspraak bestond om de woning later te kopen. Verzoeker heeft in samenspraak met verweerder renovatiewerkzaamheden uitgevoerd, maar verweerder verleent geen medewerking aan verkoop en levering. Verzoeker vordert vergoeding voor de renovaties.

De kantonrechter overweegt dat het verzoekschrift een gesloten systeem kent en dat voor een vordering op basis van een huurovereenkomst en geldvordering de dagvaardingsprocedure geldt. Op grond van artikel 69 Rv Pro onderzoekt de rechtbank of de procedure met het juiste procesinleidend stuk is gestart. De kantonrechter constateert dat de procedure onjuist is ingeleid en zet de procedure om naar de dagvaardingsprocedure.

De kantonrechter beveelt dat de procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels, verwijst de zaak naar een rolzitting op 29 november 2023 en geeft verzoeker de opdracht om verweerder conform de wettelijke termijnen en vormvoorschriften op te roepen met het verzoekschrift en deze beschikking. Verzoeker moet het exploot uiterlijk één dag voor de roldatum aan de griffie aanbieden.

Uitkomst: De procedure wordt voortgezet volgens de dagvaardingsregels en verzoeker moet verweerder conform die procedure oproepen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaaknummer: 10719911 / OV VERZ 23-5413
Beschikking van 18 oktober 2023
in de zaak van
[verzoeker1],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker,
hierna verder te noemen: [verzoeker1] ,
procederende in persoon,
tegen
[verweerder1],
wonende te [woonplaats2] ,
hierna verder te noemen: [verweerder1] ,
verweerder.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties ontvangen op 20 september 2023.

2.Het verzoek

2.1.
De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat [verzoeker1] een woning huurt van [verweerder1] . [verzoeker1] stelt dat bij aanvang van de huurovereenkomst met [verweerder1] is afgesproken dat [verzoeker1] na verloop van tijd de woning zou kopen van [verweerder1] . In de tussentijd heeft [verzoeker1] in samenspraak met [verweerder1] renovatiewerkzaamheden uitgevoerd aan de gehuurde woning. [verweerder1] heeft uiteindelijk geen medewerking verleend aan verkoop en levering van de woning aan [verzoeker1] . [verzoeker1] wil om die reden vergoeding ontvangen voor de door hem verrichte renovatiewerkzaamheden.

3.De beoordeling

3.1.
Uit het verzoekschrift begrijpt de kantonrechter dat partijen op grond van een huurovereenkomst afspraken hebben gemaakt. Het verzoek van [verzoeker1] vloeit kennelijk voort uit die huurovereenkomst dan wel uit een andere verbintenisrechtelijke overeenkomst.
3.2.
De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van verzoekschriftenprocedures een gesloten systeem bestaat (MvT, Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 434). De kantonrechter is slechts op grond van een concrete wetsbepaling bevoegd - en verplicht - tot het geven van een beschikking op een verzoekschrift (HR 15 maart 1991, LJN ZC0177 (C./Staat).
[verzoeker1] heeft geen grondslagen aangevoerd die erop duiden dat de procedure bij verzoekschrift dient te worden aangebracht. Aangezien het verzoek van [verzoeker1] voornamelijk is gebaseerd op een huurovereenkomst en een geldvordering betreft, dient [verzoeker1] een vordering in te stellen door middel van een dagvaarding.
Ingevolge artikel 69 Rv Pro is de rechtbank verplicht, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Indien de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, dient hij de wissel om te zetten en ervoor zorg te dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.
3.3.
Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv Pro zal de kantonrechter bevelen dat onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals in de beslissing vermeld.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
4.2.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 29 november 2023 te 10.00 uur teneinde [verzoeker1] de gelegenheid te bieden zijn stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;
4.3.
beveelt [verzoeker1] om [verweerder1] , met in achtneming van de wettelijke termijnen en de voor dagvaarding geldende vormvoorschriften, tegen de hiervoor genoemde datum en tijd op te roepen onder betekening van het verzoekschrift en deze beslissing;
4.4.
bepaalt dat [verzoeker1] het exploot van de oproeping uiterlijk één dag voor voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie dient aan te bieden.
Deze beschikking is gegeven door mr. Ponds en uitgesproken op 18 oktober 2023.