ECLI:NL:RBZWB:2023:8174

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
10680202 VV EXPL 23-70
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Boeder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering ontruiming wegens huurachterstand ondanks bewindvoering

Eisers vorderen ontruiming van de huurwoning en betaling van de huurachterstand van de huurder, die onder bewind is gesteld. De huurder heeft een huurachterstand van €4.928,00 opgebouwd over de periode februari tot en met oktober 2023 en heeft deze niet voldaan ondanks betalingsherinneringen.

De bewindvoerder erkent de huurachterstand en licht toe dat de huurder tijdelijk geen inkomen had, maar betwist de vordering niet. De kantonrechter stelt dat een ontruiming een zwaar ingrijpende maatregel is die alleen wordt toegewezen als de bodemrechter waarschijnlijk hetzelfde oordeel zal vellen en er sprake is van spoedeisend belang.

Gezien de omvang van de huurachterstand en het feit dat de huurder meer dan vijf maanden geen tegenprestatie heeft geleverd, wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van twee weken na betekening van het vonnis. Tevens wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, maandelijkse huur vanaf november 2023 tot ontruiming, en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van twee weken.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10680202 \ VV EXPL 23-70
Vonnis in kort geding van 8 november 2023
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [plaats] ,
2. [eiser 2] ,
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen in mannelijk enkelvoud: [eisers] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , HuurrechtJuristen.nl,
tegen
De besloten vennootschap Best Bewindvoering B.V.,in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de heer [rechthebbende] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 20 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en de zittingsaantekeningen van de voortgezette mondelinge behandeling van 31 oktober 2023.

2.De feiten

2.1.
Tussen [eisers] en [rechthebbende] bestaat een huurovereenkomst op grond waarvan [rechthebbende] in huur en gebruik heeft de woning aan de [adres] te [plaats] tegen een laatst geldende huurprijs van € 792,00 per maand (hierna: de huurwoning).
2.2.
[rechthebbende] heeft over de periode februari 2023 tot en met oktober 2023 een huurachterstand laten ontstaan ter hoogte van een bedrag van € 4.928,00.
2.3.
[rechthebbende] heeft deze huurachterstand ondanks betalingsherinnering niet voldaan aan [eisers]
2.4.
Bij beschikking van 20 oktober 2023 zijn de goederen van [rechthebbende] onder bewind gesteld met benoeming van Best Bewindvoering B.V. tot bewindvoerder.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vordert samengevat – bij dagvaarding ontruiming van de huurwoning met veroordeling van [rechthebbende] tot betaling van een hoofdsom van € 4.281,00 en een bedrag van € 792,00 voor iedere maand na augustus 2023 dat [rechthebbende] met ontruiming in gebreke blijft, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten en nakosten.
3.2.
[eisers] legt aan de vordering ten grondslag dat [rechthebbende] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door een huurachterstand van meer dan vijf maanden te laten ontstaan. Met inbegrip van de maand oktober 2023 is de huurachterstand opgelopen tot € 4.928,00. Deze huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming.
3.3.
De bewindvoerder is ter zitting van 31 oktober 2023 verschenen en heeft het geding als formele procespartij overgenomen. De bewindvoerder heeft de huurachterstand van
€ 4.928,00 niet betwist. De bewindvoerder heeft toegelicht dat [rechthebbende] een tijdje geen inkomen heeft gehad waardoor de achterstand is ontstaan. De bewindvoerder is bezig met het inventariseren van de schuldenlast en het aanvragen van een uitkering voor [rechthebbende] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Voor toewijzing van een vordering tot ontruiming in kort geding – welke toewijzing bijna altijd een definitief karakter heeft – is alleen plaats indien met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid de bodemrechter tot eenzelfde oordeel gaat komen en de uitkomst van een bodemprocedure, vanwege een spoedeisend belang, niet kan worden afgewacht.
4.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eisers] een spoedeisend belang bij zijn vordering, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vordering.
4.3.
Niet in geschil is dat er op de datum van dagvaarding er sprake was van een huurachterstand van € 4.281,00 en dat de huurachterstand is opgelopen tot een bedrag van
€ 4.928,00. De bewindvoerder heeft deze huurachterstand niet betwist, zodat deze zal worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde, niet weersproken, wettelijke rente.
4.4.
De vordering tot ontruiming van de huurwoning wordt ook toegewezen, omdat vaststaat dat [rechthebbende] op moment van dagvaarding meer dan vijf maanden geen tegenprestatie heeft geleverd voor het gebruik van de huurwoning en de achterstand bovendien is opgelopen. Een achterstand van meer dan vijf maanden rechtvaardigt vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure de gevorderde ontruiming. Dat [rechthebbende] een periode geen inkomen heeft gehad ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting jegens [eisers] De ontruimingstermijn zal door de kantonrechter worden vastgesteld op twee weken na betekening van dit vonnis. De huurtermijnen vanaf november 2023 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt worden, als onweersproken, eveneens toegewezen.
4.5.
De bewindvoerder is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eisers] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
129,85
- griffierecht
244,00
- salaris gemachtigde
529,00
Totaal
902,85
4.6.
De wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten worden toegewezen op de wijze zoals hierna opgenomen onder ‘de beslissing’.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] , [postcode] te [plaats] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eisers] zijn, en de sleutels af te geven aan [eisers] ;
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] om te betalen aan [eisers] :
a. a) een bedrag van € 4.928,00 aan achterstallige huur tot en met oktober 2023 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro over € 4.281,00 vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag van voldoening;
b) een bedrag van € 77,79 aan verschenen wettelijke rente;
c) een bedrag van € 792,00 per maand, vanaf 1 november 2023 tot en met de maand waarin [eisers] de huurwoning tot zijn vrije beschikking heeft, onder voorbehoud van huurverhoging, een ingegane maand voor een volle gerekend,
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot dit vonnis vastgesteld op € 902,85, te voldoen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
5.4.
veroordeelt de bewindvoerder in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 132,00 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dag na aanschrijving aan de proceskostenveroordeling is voldaan;
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2023.