Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
€ 132,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen eiser en gedaagden staat de discussie centraal over welke betalingen in mindering mogen worden gebracht op de vordering van eiser voor parkbijdrages en nutsverbruik.
Gedaagden stelden een lijst van betalingen op ter vermindering van de vordering, waarvan eiser een deel erkent maar drie specifieke betalingen betwist. De kantonrechter oordeelt dat betalingen gedaan aan de vorige exploitant van de camping vóór de overname door eiser toch in mindering mogen worden gebracht, omdat de facturen van eiser ook die perioden omvatten.
Een betaling van een rechtsvoorganger van gedaagden wordt niet in mindering gebracht omdat deze betrekking heeft op een ander jaar dan waarvoor eiser vordert. Uiteindelijk resteert een bedrag van € 99,58 dat aan eiser wordt toegewezen met rente vanaf het vonnis.
De gevorderde incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van een vereiste aanmaning. Vorderingen met betrekking tot elektrische installatie en service-overeenkomst zijn reeds afgewezen in een eerder tussenvonnis. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden moeten € 99,58 plus rente betalen aan eiser, incassokosten worden afgewezen en eiser draagt de proceskosten.