ECLI:NL:RBZWB:2023:8187
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-waarde wegens te late indiening
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €222.000. Na bezwaar werd deze waarde verlaagd naar €215.000. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze uitspraak op bezwaar, maar deed dit ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
Belanghebbende betwistte dat de uitspraak op bezwaar tijdig was verzonden en stelde dat hij pas op 8 februari 2022 kennis nam van de uitspraak, waarna het beroep binnen zes weken werd ingediend. De heffingsambtenaar kon echter geen deugdelijke verzendadministratie overleggen die aannemelijk maakte dat de uitspraak op of rond 24 december 2021 was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat zonder een deugdelijke verzendadministratie niet kan worden aangenomen dat de termijn van zes weken al was gestart op de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Desondanks was het beroep op 22 maart 2022 ingediend, ruim zes weken na ontvangst. De rechtbank vond dit niet redelijk, mede omdat belanghebbende de mogelijkheid had om een pro forma beroepschrift in te dienen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de WOZ-waarde. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.