Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €569.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na bezwaar werd de waarde verlaagd naar €548.000, maar belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 24 november 2023 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €515.000. Tevens werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €18,87, en het door belanghebbende betaalde griffierecht van €50 zou vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig moest worden verminderd. De uitspraak werd op 27 november 2023 door rechter M.L. Weerkamp gewezen en openbaar gemaakt. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending.