Verzoekers houden op hun perceel een hondenfokkerij, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Het college legde twee lasten onder dwangsom op: het beperken van het aantal volwassen honden tot 10 en het aantal pups tot 20 per jaar. Verzoekers maakten bezwaar en gingen in beroep.
De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van een hondenfokkerij en dat het bestemmingsplan dit niet toestaat. De beperking van het aantal pups tot 20 per jaar is redelijk en noodzakelijk om de overtreding te beëindigen. Echter, het terugbrengen van het aantal volwassen honden is niet noodzakelijk, omdat het houden van volwassen honden op zich geen overtreding vormt.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat het houden van 23 volwassen honden leidt tot een ruimtelijke overtreding door geluidsoverlast. Klachten zijn onvoldoende onderzocht en niet objectief vastgesteld. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het terugbrengen van volwassen honden betreft, maar blijft de beperking van pups gehandhaafd.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep definitief wordt afgedaan. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van in totaal €3.705,-.