De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 november 2023 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Zeeland te benoemen tot voogd over een minderjarige geboren in 2008. Dit verzoek volgde op het overlijden van de gezagsdragende vader in juli 2023 en de eerdere beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder in 2019, waardoor geen gezag meer bestond over de minderjarige.
De minderjarige verbleef sinds juni 2023 in een pleeggezin en was reeds onder toezicht gesteld en voorzien van een machtiging tot uithuisplaatsing. De gecertificeerde instelling was sinds juli 2023 belast met de voorlopige voogdij. De rechtbank volgde het advies van de Raad en benoemde de gecertificeerde instelling tot definitieve voogd, mede omdat deze organisatie bekend is met de situatie van de minderjarige en het belang van de minderjarige kan behartigen, onder meer bij de juridische en financiële afwikkeling van de nalatenschap van de overleden vader.
De minderjarige stemde zelf in met het verzoek en had de wens uitgesproken dat de betrokken jeugdzorgwerker als voogd bij hem betrokken blijft. Er waren geen contra-indicaties voor de benoeming. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.