De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, geboren in 2010, te verlengen en de minderjarige over te plaatsen naar een andere accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De minderjarige verblijft sinds mei 2023 in een instelling, maar de GI heeft geconstateerd dat stabilisatie onvoldoende is bereikt en stelt een overplaatsing voor naar een andere instelling met meer expertise op het gebied van stabilisatie en behandeling.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren via Teams plaatsvond, waren de advocaat van de minderjarige, vertegenwoordigers van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming, de (pleeg)ouders en de biologische moeder aanwezig. De minderjarige zelf sprak vooraf met de kinderrechter. Alle betrokkenen onderschrijven het belang van de overplaatsing en erkennen dat het verblijf in de huidige instelling niet heeft geleid tot de gewenste positieve ontwikkeling.
De kinderrechter oordeelt dat aan het wettelijke criterium van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet is voldaan: de gesloten jeugdhulp is noodzakelijk vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren, en opname is nodig om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de hulp onttrekt. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van drie maanden, van 12 november 2023 tot 12 februari 2024. De kinderrechter spreekt vertrouwen uit in een positieve ontwikkeling en benadrukt het belang van goede samenwerking en monitoring.