Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
5.Beslissing
2 november 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor een periode van vijf jaar aan een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf cliënt aan het goed te maken en liever met haar dochter mee naar huis te gaan, maar erkende dat dit geen optie was. De advocaat benadrukte het progressieve ziektebeeld en het verzet van cliënt, dat door zorgpersoneel als zodanig werd geïnterpreteerd. De specialist ouderengeneeskunde en persoonlijk begeleider bevestigden het verzet en het ziektebeeld, terwijl de dochter en teamleider een genuanceerder beeld gaven over het gedrag van cliënt.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan dementie met ernstig nadeel, waaronder psychische schade en regieverlies, en dat opname en verblijf noodzakelijk zijn om dit te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven mogelijk. Het verzet van cliënt voldoet aan het verzetscriterium, waardoor een rechterlijke machtiging gerechtvaardigd is.
De rechtbank besloot de machtiging toe te kennen voor de duur van één jaar, korter dan de verzochte vijf jaar, met het oog op het mogelijk afnemen van het verzet door het progressieve ziektebeeld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor één jaar wegens ernstig nadeel en verzet van cliënt.