Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat op 23 februari 2022 werd vastgesteld dat het motorrijtuig niet verzekerd was, terwijl de schorsing op 26 januari 2022 was afgelopen. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat het voertuig niet werd gebruikt en verwezen naar het evenredigheidsbeginsel en foto’s van spinnenwebben in het voertuig.
De officier van justitie stelde dat betrokkene op de hoogte had moeten zijn van de noodzaak tot verlenging van de schorsing en verzocht het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter stelde vast dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs bestond dat de overtreding had plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had gehad om de verzekering in orde te maken en dat de boete terecht was opgelegd. Er was geen aanleiding tot matiging of toekenning van proceskostenvergoeding. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt ongegrond verklaard.