Op 22 juli 2020 heeft verdachte seksuele handelingen verricht met een toen dertienjarig meisje, waaronder penetratie. Ondanks dat verdachte een advertentie zag waarin werd aangegeven dat de dame meerderjarig was, en hij om een identiteitsbewijs vroeg dat niet werd getoond, heeft hij onvoldoende onderzoek gedaan naar de werkelijke leeftijd van het slachtoffer.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar, waarbij opzet of schuld omtrent de leeftijd niet vereist is. Het beroep op afwezigheid van alle schuld wordt verworpen omdat verdachte twijfels had en onvoldoende onderzoek verrichtte.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uur. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot betaling van €1.000 aan immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer. De materiële schade wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.
De straf is verzwaard ten opzichte van andere veroordeelde klanten omdat verdachte onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank benadrukt de ernst van het feit en de bescherming van minderjarigen tegen seksuele uitbuiting.
De rechtbank wijst de overige gevorderde immateriële schade af en verklaart dat deel van de vordering voor de burgerlijke rechter bestemd is. De schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, waarbij gijzeling kan worden toegepast bij niet-betaling.