Op 20 juli 2020 heeft verdachte seksuele handelingen verricht met een toen dertienjarige minderjarige, waarbij penetratie heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht op basis van de bekennende verklaring van verdachte en de verklaring van het slachtoffer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn penis in de vagina van het slachtoffer heeft gebracht en daar op en neer heeft bewogen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde handelingen.
De rechtbank oordeelt dat verdachte strafbaar is omdat hij nagelaten heeft zich te vergewissen van de leeftijd van het slachtoffer, waardoor hij het risico nam seks te hebben met een minderjarige. Dit handelen draagt bij aan seksuele uitbuiting en jeugdprostitutie en schaadt de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
De officier van justitie vorderde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden, terwijl de verdediging een taakstraf met één dag gevangenisstraf bepleitte. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 150 dagen op, waarvan 149 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 240 uur. Tevens wordt verdachte veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 juli 2020.
De gevorderde materiële schadevergoeding van €118 wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband. Het overige deel van de immateriële schadevergoeding van €4.000 wordt niet toegewezen wegens onvoldoende vaststelling en kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend. Bij niet-betaling van de schadevergoeding kan gijzeling worden toegepast.