ECLI:NL:RBZWB:2023:8341
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Phillips
- Rechtspraak.nl
Afwijzing spoedverzoek tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onduidelijkheid en onvoldoende motivering
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter met spoed om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige voor vier weken, gevolgd door een aansluitende uithuisplaatsing gedurende de ondertoezichtstelling. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige woont bij haar. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 30 september 2024.
De kinderrechter oordeelde dat het verzoek onvoldoende duidelijk was, omdat niet werd aangegeven waar of bij wie de minderjarige geplaatst zou worden. Ook ontbrak een concrete invulling van het spoedverzoek. Het reguliere verzoek was eveneens onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd. Hierdoor kon de kinderrechter niet anders dan beide verzoeken afwijzen.
Ondanks de afwijzing erkende de kinderrechter de zorgen over het welzijn van de minderjarige en verwachtte dat de GI bij aanhoudende noodzaak een passend en volledig verzoek zal indienen. Tevens werd de GI aangespoord haar werkproces te verbeteren om onvolledige verzoeken in de toekomst te voorkomen.
De beschikking werd op 30 november 2023 uitgesproken door kinderrechter Phillips, met mogelijkheid tot hoger beroep via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoeken tot spoed- en reguliere uithuisplaatsing worden afgewezen wegens onduidelijkheid en onvoldoende motivering.