ECLI:NL:RBZWB:2023:8366
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep tegen UWV-besluit Wajong
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig had beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een Wajong-uitkering. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend, waarbij werd aangenomen dat er geen contact was geweest tussen opposante en het UWV na de ingebrekestelling.
In het verzet betoogt opposante dat er wel degelijk meerdere keren contact is geweest met het UWV over de voortgang van de bezwaarprocedure. De rechtbank stelt vast dat de toetsing in verzet plaatsvindt op basis van alle beschikbare informatie, inclusief nieuwe feiten die in deze fase zijn aangevoerd.
De rechtbank concludeert dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring buiten redelijke twijfel onjuist was en verklaart het verzet gegrond. De eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand van zaken voorafgaand aan die uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van opposante.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.