ECLI:NL:RBZWB:2023:8368

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
BRE 23-1567
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij aanslagen vennootschapsbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2016 tot en met 2019. De rechtbank beoordeelt dat het griffierecht van €365,- niet is betaald binnen de gestelde termijn, ondanks een herinnering per aangetekende brief. Omdat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, die voorschrijven dat het griffierecht tijdig moet worden voldaan om ontvankelijk te zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beroepen inhoudelijk te behandelen en laat de bestreden besluiten in stand.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, met de optie om een zitting aan te vragen.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/1567 tot en met 23/1570

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V. , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 18 januari 2023. De beroepen zien op de aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2016 tot en met 2019 met aanslagnummers [aanslagnummer 1]V.66.0112 , [aanslagnummer 2]V.76.0112 , [aanslagnummer 3]V.86.0112 . en [aanslagnummer 4]V.96.0112 .
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een ‘goede’ reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 30 maart 2023 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 4 december 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.