ECLI:NL:RBZWB:2023:8409
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht en dubbele belasting bij rijnvarende met inkomen uit Liechtenstein en Luxemburg
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en rijnvarende, was in 2018 in dienst bij werkgevers in Liechtenstein en Luxemburg. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV op met toepassing van Nederlandse premieplicht, ondersteund door een A1-verklaring van de Sociale Verzekeringsbank.
Belanghebbende betwistte de premieplicht en vorderde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De rechtbank oordeelt dat de A1-verklaring bindend is en dat de premieplicht in Nederland terecht is vastgesteld. Voor het inkomen uit Liechtenstein is geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing en belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd voor belastingheffing in Liechtenstein of voldoende aanwezigheid daar.
Voor het inkomen uit Luxemburg geldt het belastingverdrag dat Nederland het heffingsrecht toekent, waardoor aftrek niet van toepassing is. De rechtbank wijst ook de bezwaren tegen de belastingrente af en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanslag in stand blijft en geen kostenvergoeding wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2018 blijft ongewijzigd.