Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
zaaknummer: BRE 22/1406
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren op 26 november 2021 in een verkeerde zone. Na bezwaar verklaarde de heffingsambtenaar het bezwaar gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag, maar wees het verzoek om kostenvergoeding af. De rechtbank oordeelde dat de fout bij belanghebbende lag, omdat deze zich in een verkeerde zone had aangemeld voor mobiel parkeren. De parkeercontroleur hoefde niet te controleren of er in een andere zone was betaald.
Daarnaast stelde belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar door een onbevoegde was gedaan, maar de rechtbank stelde vast dat de Teammanager Handhaving en Wijkveiligheid, aan wie mandaat was verleend, de uitspraak had gedaan. Ook was de uitspraak niet gedaan door dezelfde persoon die de naheffingsaanslag had opgelegd.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid en wees het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van kostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.