ECLI:NL:RBZWB:2023:8428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen opname DNA-profiel wegens disproportionaliteit bij jong meerderjarige
De veroordeelde, een jong meerderjarige van 18 jaar, maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Hij stelde dat het DNA-onderzoek, gezien de aard van het misdrijf en de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, niet van betekenis zou zijn voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Het bezwaar werd behandeld in besloten raadkamer waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie werden gehoord. De veroordeelde was niet aanwezig. De advocaat benadrukte dat het misdrijf, een duw na het overgooien van een milkshake, en de persoon van de veroordeelde – een hardwerkende, thuiswonende jongere met een blanco strafblad – het disproportioneel maken om het DNA-profiel te bepalen en te verwerken.
De officier van justitie onderschreef dit standpunt mede omdat het jeugdstrafrecht was toegepast en een werkstraf was opgelegd in plaats van een geldboete. De rechtbank overwoog dat bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd mede betrekking hebben op de leeftijd van de veroordeelde ten tijde van het delict en het geringe recidivegevaar.
Gelet op deze factoren oordeelde de rechtbank dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel disproportioneel is en verklaarde het bezwaar gegrond. De officier van justitie wordt bevolen het celmateriaal terstond te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal dient te worden vernietigd.