Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2010 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] ;
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats] hierna te noemen [minderjarige 2] ;
de Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI), gevestigd in Tilburg.
1.Het verdere procesverloop
2.De nadere beoordeling
.Moeder heeft toen juist gehandeld om de kinderen uit deze onveilige situatie te halen en hen bij vader onder te brengen. De insteek was om de kinderen tijdelijk bij vader te laten verblijven. Vader overlegt op dit moment onvoldoende met moeder. De raad heeft gehoord dat de kinderen bij vader willen blijven wonen maar hoort ook dat de kinderen van veel volwassenen zaken op de hoogte zijn en wellicht is hun mening hierdoor gekleurd. Bij de mondelinge behandeling heeft de raad het advies gehandhaafd.
3.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.