ECLI:NL:RBZWB:2023:8455

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
23-007852
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:25 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring oproeping in executie gijzeling ontnemingsvordering

De veroordeelde was in 2012 veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van €8.025, waarvan €600 is voldaan en €7.425 resteert. Het CJIB heeft geprobeerd het resterende bedrag te incasseren, waarna het Openbaar Ministerie een vordering tot gijzeling voor 26 dagen indiende.

De rechtbank constateerde dat de oproeping voor de behandeling van deze vordering niet rechtsgeldig aan de veroordeelde is betekend, omdat niemand op het woonadres aanwezig was om de brief in ontvangst te nemen. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke betekeningsvereisten.

Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de oproeping nietig en kon de behandeling van de gijzelingsexecutie niet plaatsvinden. Deze beslissing werd op 20 november 2023 door de politierechter uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping nietig wegens niet-naleving van betekeningsvereisten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 23-007852
datum : 20 november 2023
beslissing van de politierechter op de vordering op grond van artikel 6:6:25 Wetboek Pro van Strafvordering in de zaak van:

[Veroordeelde]

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]
wonende op het [woonadres]
hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

Veroordeelde is op 27 juni 2012 door de politierechter te Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van € 8.025,00. Op 14 november 2012 is de ontnemingsvordering ter executie overgedragen naar het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB). Vanaf dat moment heeft het CJIB getracht het volledige bedrag te incasseren. Uiteindelijk is door veroordeelde een bedrag van € 600,00 betaald. Hierdoor resteert een bedrag van € 7.425,00.

Procedure

De vordering is op 27 maart 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De officier van justitie heeft bij deze vordering zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 6 november 2023 de vordering in openbare raadkamer behandeld.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 26 dagen.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat geprobeerd is de oproep voor de behandeling van de vordering uit te reiken aan veroordeelde op het hierboven genoemde adres. Dit is niet gelukt, omdat er niemand op het adres aanwezig was om de brief aan te nemen. De oproep is hierna niet meer betekend aan het Openbaar Ministerie. Er is dan ook niet voldaan aan de betekeningsvereisten voor de oproeping. De rechtbank zal daarom de oproeping nietig verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart de oproeping nietig.
Deze beslissing is gegeven door
mr. R.J.H. Goossens, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2023.