Uitspraak
,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 20 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een kort geding aangespannen door [eiser01] B.V., eigenaar van een bedrijfsloods en terrein aan de [adres01] te [plaats02], die sinds oktober 2023 gekraakt is door vijf personen. Ondanks aanzeggingen en een waarschuwing van de gemeente over strijdigheid met het bestemmingsplan, hebben de krakers het pand niet verlaten.
[eiser01] vordert ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis, met oplegging van een dwangsom van € 1.000 per dag bij niet-naleving, met een maximum van € 3.000. Tevens wordt gevorderd dat het vonnis binnen een jaar tegen herkraak kan worden uitgevoerd. Gedaagden verschenen niet en verstek is verleend.
De voorzieningenrechter acht de vordering gegrond en redelijk, wijst de ontruiming toe met de gevorderde dwangsom en herkraaktermijn, en veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen met een dwangsom en een herkraaktermijn van een jaar.