De werknemer trad op 1 april 2023 in dienst bij Triple A als woonbegeleider met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 19 juni 2023 verleende de werkgever ontslag op staande voet wegens tijdsfraude en valse urenregistratie, omdat de werknemer zou hebben gelogen over het bezoeken van cliënten op die dag.
De werknemer betwist het ontslag en stelt dat er geen dringende reden is voor ontslag op staande voet. Zij erkent het ontslag, maar verzoekt om betaling van achterstallig loon, transitievergoeding en billijke vergoeding. De werkgever vordert een gefixeerde schadevergoeding wegens het dringende ontslag.
De kantonrechter overweegt dat ontslag op staande voet slechts geldig is bij een dringende reden en dat de werkgever de stelplicht en bewijslast draagt. De werkgever mag bewijs leveren over het niet bezoeken van cliënten [client 1] en [client 2] op 19 juni 2023. De kantonrechter oordeelt dat de bewijslevering wordt toegelaten en verwijst de zaak naar een zitting in december 2023 voor verdere bewijsvoering.
De betaling van loon over de periode vóór 19 juni 2023 wordt toegewezen aan de werknemer, omdat de werkgever onvoldoende heeft geconcretiseerd welke arbeid niet is verricht. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd.