Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1949, vanwege haar dementie en de daarmee samenhangende zorgbehoefte. De mondelinge behandeling vond plaats op het thuisadres van cliënt, waarbij cliënt, haar echtgenoot, zoon en casemanager dementie werden gehoord.
Cliënt verzette zich tegen opname en vond opname in een verpleegtehuis niet nodig. De casemanager gaf aan dat cliënt kampt met hallucinaties, onrust, verminderde zelfzorg en incontinentie, en 24-uurszorg nodig heeft die thuis niet geboden kan worden. De echtgenoot en zoon bevestigden de overbelasting en de onhoudbaarheid van de thuissituatie.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan een mengbeeld van Alzheimer en vasculaire dementie, wat leidt tot ernstig nadeel zoals desoriëntatie, agressief en onveilig gedrag, en 24-uurszorgbehoefte. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Ondanks het verzet van cliënt en haar beperkte ziekte-inzicht, is opname noodzakelijk en passend.
De rechtbank verleent de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, tot 24 mei 2024. De beschikking is mondeling gegeven op 24 november 2023 en schriftelijk uitgewerkt op 6 december 2023. Tegen deze beschikking staat cassatie open.