Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid per 6 juli 2020 is vastgesteld op 45,60%, hetgeen leidde tot een WIA-uitkering. De rechtbank heeft het medisch onderzoek van het UWV, bestaande uit rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundig onderzoek, beoordeeld aan de hand van door eiseres ingebrachte medische verklaringen en haar beroepsgronden.
De verzekeringsartsen hebben op basis van een uitgebreid lichamelijk onderzoek en anamnese beperkingen vastgesteld die leiden tot een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week. Eiseres stelde dat deze beoordeling onzorgvuldig was omdat niet alle medische informatie was opgevraagd, maar de rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische informatie van de neurochirurg geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling voor de datum in geding.
Daarnaast heeft de arbeidsdeskundige functies geselecteerd die passend zouden zijn binnen de beperkingen van eiseres. Eiseres betwistte de geschiktheid van deze functies, maar de rechtbank vond de toelichting van de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige overtuigend en zag geen reden om aan te nemen dat de functies ongeschikt waren.
De rechtbank concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 45,60% juist is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.