Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om zijn aanvraag voor een bijstandsuitkering af te wijzen omdat hij onvoldoende gegevens heeft verstrekt over zijn vermogen in het buitenland.
Na diverse verzoeken om aanvullende bewijsstukken, waaronder bankafschriften en documenten over de verkoop van onroerend goed in het buitenland, heeft het college de aanvraag afgewezen. Verzoeker stelde dat hij financieel zwaar had en dat hij de gevraagde stukken had overgelegd of zou overleggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie, mede omdat verzoeker zijn vaste lasten kan betalen en gebruikmaakt van de bankrekening van zijn zoon. Het college verwacht binnen drie weken een besluit op bezwaar te nemen. Daarom is er geen spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en geeft geen inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.