Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres en haar overleden echtgenoot verkochten in 2017 hun cafetaria aan gedaagden, waarbij de koopsom in termijnen werd betaald via twee geldleningsovereenkomsten. Gedaagden betaalden een deel van de leningen terug, maar lieten de contractuele rente en een deel van de hoofdsom onbetaald.
Eiseres vorderde betaling van de resterende hoofdsom, incassokosten en rente. Gedaagden erkenden gedeeltelijk de vordering, maar stelden dat een deel van de schuld was kwijtgescholden door de overleden echtgenoot van eiseres. Deze stelling kon niet worden onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsrisico voor de kwijtschelding bij gedaagden lag en dat eiseres deze stelling had weersproken. Daarom werd de volledige vordering toegewezen, met uitzondering van btw over incassokosten. Gedaagden werden tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €6.423 plus wettelijke rente en proceskosten.