Uitspraak
1.COÖPERATIE VGZ U.A., BETREFFENDE N.V. UNIVÉ ZORG,
2.
INKASSIER B.V., BETREFFENDE [gerechtsdeurwaarders- en incassobureau],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser stelde dat VGZ c.s. onterecht een juridische procedure tegen hem was gestart en dat hij onterecht een hogere premie aan het CAK had betaald door te late afmelding. Hij eiste een bedrag van €5.290,86, volledige proceskostenvergoeding en een schadevergoeding voor geestelijk leed.
VGZ c.s. betwistte deze vorderingen en stelde dat er meerdere openstaande dossiers waren, dat de procedures terecht waren gestart en dat een betalingsregeling was getroffen. Ook was de afmelding bij het CAK pas mogelijk na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende had toegelicht waarom VGZ c.s. onterecht bedragen had ingehouden en dat de afmelding bij het CAK terecht en tijdig had plaatsgevonden. De vorderingen tot terugbetaling, schadevergoeding en volledige proceskostenvergoeding werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €660.
Het vonnis werd gewezen door kantonrechter E.H.J.M. Thielen en op 29 november 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.