Uitspraak
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser huurt sinds 2015 een standplaats op een chaletpark en heeft jarenlang zijn oude hond mogen houden. Het parkreglement bevat een bepaling dat huisdieren, waaronder honden, alleen zijn toegestaan na voorafgaand overleg en dat honden van bezoekers niet zijn toegestaan. In 2020 heeft gedaagde een bericht gestuurd dat nieuwe honden niet meer worden toegelaten vanwege overlast, zonder dat het reglement tekstueel werd gewijzigd.
Eiser betoogt dat hij niet gebonden is aan deze wijziging omdat hij niet heeft ingestemd met artikel 5 van Pro het reglement dat wijziging van het reglement regelt, en dat het beding oneerlijk is. De rechtbank oordeelt dat eiser bekend was met artikel 5 en Pro dat dit niet oneerlijk is, mede omdat het hem het recht geeft de overeenkomst kosteloos te annuleren bij wijziging.
De rechtbank stelt dat uit de tekst van artikel 22 volgt Pro dat het meenemen van honden afhankelijk is van overleg en toestemming van gedaagde, en dat die toestemming voor nieuwe honden sinds 2021 niet wordt gegeven. Stilzwijgende toestemming kan niet worden aangenomen omdat eiser op de hoogte was van het verbod. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt in de proceskosten veroordeeld, die nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering van eiser tot toelating van een nieuwe hond op het park wordt afgewezen.