ECLI:NL:RBZWB:2023:8624
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering belastingaanslag box 3 2018
Belanghebbende heeft bij de inspecteur een verzoek ingediend tot ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, met name gericht op herziening van de box 3-heffing. De inspecteur wees dit verzoek af omdat de aanslag onherroepelijk vaststaat en de onjuistheid voortvloeit uit jurisprudentie die na onherroepelijkheid is gewezen.
Belanghebbende stelde dat zij recht had op vermindering op grond van het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een andere belastingplichtige die wel een vermindering had gekregen. De rechtbank oordeelde echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een vergelijkbare situatie en ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de aanslag onverminderd in stand. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier W.C.C. Koreman-de Bok op 11 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering van de box 3-heffing 2018 wordt ongegrond verklaard.