Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
De beoordeling
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2022, vanwege ernstige bedreiging van diens ontwikkeling door huiselijk geweld van de vader jegens de moeder. Beide ouders hebben een verstandelijke beperking en de vader toont weinig bereidheid om aan zijn agressie te werken. De moeder verblijft vrijwillig met de minderjarige in een trainingscentrum voor ouder en kind.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de Raad aan dat de situatie van de minderjarige zorgelijk is en dat de moeder uit angst niet altijd de juiste beslissingen neemt. De vader is ambivalent over hulp en niet bereid zijn agressie te reguleren. De moeder erkent de problematiek en is bereid het hulpverleningstraject te volgen, maar acht gedwongen hulpverlening niet nodig.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld. De bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige door huiselijk geweld is ernstig en vrijwillige hulpverlening is onvoldoende. Daarom wordt een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar opgelegd, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader wordt als belanghebbende erkend, omdat hij direct geraakt wordt in zijn rechten en verplichtingen.
De beschikking is mondeling gegeven op 5 december 2023 en schriftelijk op 11 december 2023 vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.