Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Ook boa’s [boa 1] en [boa 2] hebben verklaard dat de man zich hinderlijk gedroeg en met zijn hand tegen het raam van het stadskantoor sloeg. Deze man bleek verdachte te zijn.
De rechtbank stelt vast dat [aangever 1] niet is bedreigd en spreekt verdachte vrij van dat onderdeel van de tenlastelegging. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [aangever 1] en de boa’s voldoende steun bieden aan de verklaring van [aangever 2] . Zij acht de bedreiging van [aangever 2] dan ook wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank stelt vast dat [naam 1] en [naam 2] niet eenduidig zijn in wat zij verdachte hebben horen zeggen en de bewoordingen die zij hebben gehoord komen ook niet overeen met de verklaring van [aangever 3] . Ondanks dat uit het dossier volgt dat sprake is geweest van een bedreigende situatie, is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of sprake was van woorden die een bedreiging in de zin van artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) opleveren. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van feit 4.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
Indien de rechtbank de verdediging volgt en geen tbs-maatregel oplegt dan is een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ook niet aan de orde. Wanneer wel een tbs-maatregel wordt opgelegd dan betreft het een overkill aan inzet van maatregelen.
De kans op recidive wordt ingeschat als matig tot hoog. Door het ernstige recidiverend psychotische ziektebeloop van verdachte en zijn geringe behandeltrouw kan zonder adequate psychiatrische behandeling in een verplicht kader geen bescherming van betekenis worden verwacht van functies in zijn persoonlijkheid of functioneren. Gezien het problematische verloop van eerdere psychiatrische behandelingen van verdachte door de GGZ is naar het oordeel van de psychiater naast de inmiddels verleende zorgmachtiging een strafrechtelijk kader voor behandeling aangewezen. Geadviseerd wordt het recidiverisico te beperken door ambulante psychiatrische behandeling door [zorginstelling] met anti-psychotische medicatie in depotvorm en met lithiumcarbonaat onder controle van serumspiegels en zo nodig opname in een HIC of FPA bij medicatieontrouw of middelengebruik, in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel onder toezicht van de reclassering. Gezien de uitgebreide justitiële voorgeschiedenis van verdachte en het problematische beloop van zijn eerdere psychiatrische behandelingen kan eventueel ook worden overwogen hem de maatregel terbeschikkingstelling op te leggen met dezelfde voorwaarden van behandeling. Naar het oordeel van de psychiater zal die maatregel het recidiverisico niet veel verder kunnen beperken dan het kader van bijzondere voorwaarden, naast de al verleende zorgmachtiging.
De zorgmachtiging bleek de afgelopen jaren niet afdoende om verdachte stabiel te houden en justitiecontacten te voorkomen. Er wordt daarom meerwaarde gezien in een forensisch opgelegd kader. De reclassering ziet geen mogelijkheden voor het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel, omdat dit kader te weinig mogelijkheden biedt wanneer een klinische opname nodig zou zijn en er ook te weinig commitment vanuit verdachte wordt verwacht. De reclassering is van mening dat voorzichtig positief kan worden geadviseerd over tbs met voorwaarden. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking indien hij daar in het geval van een veroordeling niet meer onderuit kan.
gemaximeerdeduur heeft van 4 jaar.
7.De benadeelde partij
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten onder parketnummer 02/222484-22;
een gevangenisstraf van 75 dagen;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
- verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen;
- verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan
- aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
- verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
- verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;