Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 oktober 2023;
- de aanvullende stukken van de GI, binnengekomen bij de rechtbank op 1 december 2023.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige gedurende de looptijd van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft op 13 december 2023 uitspraak gedaan na een mondelinge behandeling en een gesprek met de minderjarige.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds april 2023 onder toezicht van de GI staat en sinds juni 2023 uithuis is geplaatst in een behandelgroep van een zorginstelling. De GI verzoekt verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vanwege de noodzaak van voortzetting van behandeling gericht op het herstellen van het dag- en nachtritme, sociale vaardigheden en emotionele stabiliteit. De minderjarige wil graag terug naar huis, maar dit wordt door de GI en moeder als nog niet haalbaar gezien vanwege agressief gedrag en onvoldoende draagkracht bij de moeder.
De vader stemt in met verlenging voor drie maanden met een tussentijds toetsmoment, vanwege zorgen over diagnostiek en juiste zorg. De GI benadrukt dat de behandeling passend is en zal nagaan of aanvullende diagnostiek nodig is. De kinderrechter oordeelt dat aan het wettelijke criterium voor machtiging is voldaan en verlengt de machtiging tot 14 juni 2024. Een tussentijds toetsmoment wordt niet gepland, mede omdat de vader geen afspraken met de GI wil maken. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 14 juni 2024 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.