Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Artikel 6:22:
Een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, kan, ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het orgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand worden gelaten indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Artikel 2.1, eerste lid, sub a en c:
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:
a. het bouwen van een bouwwerk,
c. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (….),
Artikel 2.10, eerste lid, sub c en tweede lid:
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt omgevingsvergunning geweigerd indien:
c. de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan (….);
2. In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, en wordt de vergunning op de grond, bedoeld in het eerste lid onder c, slechts geweigerd indien vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 niet mogelijk is.
Artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2̊:
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en:
a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan (…):
2̊. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen,
Besluit omgevingsrecht, bijlage II (Bor)
Artikel 4, elfde lid:
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2̊, van de wet van het bestemmingsplan (…) wordt afgeweken, komen in aanmerking:
11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Schouwen-Duiveland’ (bestemmingsplan):
Artikel 1.5, sub a, onder 1 en 3 (agrarisch bedrijf):
Een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in:
a. grondgebonden agrarisch bedrijf:
1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt;
3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;
Artikel 1.41 (extensieve recreatie):
Kleinschalige extensieve recreatieve activiteiten gericht op de beleving van het buitengebied, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, kanoën, vissen, zwemmen en natuurobservatie.
Artikel 3.1, sub a en c:
De op de plankaart voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. grondgebonden agrarische bedrijven;
c. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen;
Artikel 3.4, sub v:
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
v. fruitteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 met van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan;
Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2016 (beleidsregels)
Artikel 7:
Het wettelijk kader luidt als volgt: Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van een bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen voor een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a) niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouwen van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b) de oppervlakte niet meer dan 150 m².
Het aantal woningen moet gelijk blijven.
Indien het project niet valt onder de bovengenoemde beleidsregels genoemd in artikel 4, 5 en 6 wordt per geval een afweging gemaakt, waarbij gebruik zal worden gemaakt van het algemeen afwegingskader.
Daarnaast geldt de volgende
specifieke beleidsregel: Gronden buiten het bouwvlak of met de aanduiding ‘zonder gebouwen’, ‘landschappelijk waardevol’ of soortgelijke aanduidingen en gronden met de bestemming ‘natuur’, ‘tuin’ en soortgelijke bestemmingen mogen in principe niet worden bebouwd. Dit betekent dat voor deze gronden geen omgevingsvergunning wordt verleend in afwijking van het bestemmingsplan. Slechts wanneer op deze gronden krachtens het bestemmingsplan wel gebouwen mogen worden gebouwd, kan medewerking verleend worden indien voor het project een afweging wordt gemaakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van het algemeen afwegingskader.
Artikel 13:
Er kan alleen conform deze beleidsregels worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan indien bovendien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de gebruiksmogelijkheden van eigenaren en/of gebruikers van naastgelegen gebouwen worden niet onevenredig geschaad;
- de natuurbelangen van nabijgelegen natuurgebieden worden niet aangetast;
- het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet aangetast (bv als er een positief welstandadvies of een positief stedenbouwkundige advies is);
- de verkeersveiligheid blijft gewaarborgd.
Artikel 14:
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd zowel in positieve als in negatieve zin af te wijken van bovenstaande beleidsregels indien: - stedenbouwkundige, verkeerskundige en/of overige ruimtelijke overwegingen hiertoe aanleiding geven; - de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en/of belangen van derden hier aanleiding toe geven.
Indien het college besluit tot het afwijken van deze beleidsregels, zowel in positieve als in negatieve zin, zal wel uitdrukkelijk gemotiveerd moeten worden waarom er van deze regels afgeweken wordt.
Artikel 15:
Indien een aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een geval dat niet vermeld wordt of voldoet aan bovengenoemde specifieke beleidsregels, of voor gevallen die getoetst worden aan bovengenoemde beleidsregels, waarbij een nadere afweging dient te worden gemaakt, dan kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van een bestemminsplan een omgevingsvergunning verlenen nadat getoetst is aan de volgende criteria:
1. Anticiperen nieuw bestemmingsplan
2. Bestaand ruimtelijk beleid
3. Waarborging ruimtelijke kwaliteit
4. Afweging individueel en algemeen belang
5. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.