ECLI:NL:RBZWB:2023:8700
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake aanwijzing aanbiedplaats afval afgewezen
Opposant stelde beroep in tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Breda over het uitblijven van een besluit tot het realiseren van een aanbiedplaats voor containers aan een locatie in Breda. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het college inmiddels formeel de locatie had aangewezen.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in, stellende dat het college zelf de afwezigheid van een besluit had veroorzaakt en dat er nog steeds procesbelang bestond vanwege vermeende strijdigheid met algemene bestuursbeginselen en onaanvaardbare termijnen.
De rechtbank oordeelde dat opposant onvoldoende concreet procesbelang had aangetoond en dat het resultaat dat opposant met zijn bezwaar wilde bereiken inmiddels was bereikt door het aanwijzingsbesluit. Klachten over de locatie en termijnen kunnen nog aan de orde komen in de reguliere bezwaar- en beroepsprocedures tegen dat besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak gehandhaafd.