ECLI:NL:RBZWB:2023:8706
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking VOG-afwijzing wegens vrijspraak
Verzoeker stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de minister voor Rechtsbescherming. De minister had de aanvraag aanvankelijk afgewezen omdat verzoeker werd verdacht van een delict. Na het instellen van beroep verklaarde de minister het bezwaar gegrond en verleende alsnog de VOG.
Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De minister verweerde zich met het standpunt dat de intrekking van het oorspronkelijke besluit niet onrechtmatig was, maar een coulancebesluit op basis van nieuwe informatie, namelijk de vrijspraak in de strafzaak.
De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het besluit op grond van nieuwe informatie die na het oorspronkelijke besluit bekend werd, geen tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb vormt. Daarom kan de minister niet worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de minister niet in de zin van de wet aan verzoeker is tegemoetgekomen.