ECLI:NL:RBZWB:2023:8778
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning als rijksmonument in Breda
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Breda, een rijksmonument uit 1933 met een gebruiksoppervlakte van 256 m2. De heffingsambtenaar stelde de waarde op €828.000 per 1 januari 2020, wat tevens leidde tot de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2021.
De rechtbank beoordeelde of de waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar baseerde zich op een taxatierapport van september 2022, waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de omgeving, waarvan één vrijwel identiek was qua bouwjaar, stijl en monumentale status. De rechtbank oordeelde dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening had gehouden met verschillen, zoals perceelvorm en overstromingsrisico.
Belanghebbende stelde dat achterstallig onderhoud ter waarde van €86.000 niet was meegenomen, maar de rechtbank vond dat dit onvoldoende aannemelijk was gemaakt vanwege de weigering van een inpandige opname. Ook het argument dat de WOZ-waarde met 21% was gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar werd verworpen, omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag. Belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd.