ECLI:NL:RBZWB:2023:8826
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing wegens te late indiening
In deze zaak verzocht de gecertificeerde instelling (GI) om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds 2017 onder toezicht stond en in een netwerkpleeggezin verbleef. De laatste verlenging liep tot 24 oktober 2023. Het verzoek tot verlenging werd op 11 oktober 2023 ingediend, maar volgens het procesreglement had dit uiterlijk acht weken voor het einde van de geldigheidsduur moeten gebeuren.
De kinderrechter constateerde dat het verzoek te laat was ingediend en dat er geen instemmingsverklaringen waren voor een ambtshalve verlenging. Daarnaast was het niet mogelijk om een mondelinge behandeling voor het einde van de termijn te plannen. Hierdoor kon niet tijdig worden beslist over de verlenging.
Op grond van artikel 1:260 BW Pro en het procesreglement werd het verzoek afgewezen, waardoor de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlopen. De beschikking werd op 4 december 2023 in het openbaar uitgesproken. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is afgewezen wegens te late indiening.