ECLI:NL:RBZWB:2023:8826

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
18 december 2023
Zaaknummer
C/02/414783 / JE RK 23-1800
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BWArt. 1:265b lid 1 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing wegens te late indiening

In deze zaak verzocht de gecertificeerde instelling (GI) om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds 2017 onder toezicht stond en in een netwerkpleeggezin verbleef. De laatste verlenging liep tot 24 oktober 2023. Het verzoek tot verlenging werd op 11 oktober 2023 ingediend, maar volgens het procesreglement had dit uiterlijk acht weken voor het einde van de geldigheidsduur moeten gebeuren.

De kinderrechter constateerde dat het verzoek te laat was ingediend en dat er geen instemmingsverklaringen waren voor een ambtshalve verlenging. Daarnaast was het niet mogelijk om een mondelinge behandeling voor het einde van de termijn te plannen. Hierdoor kon niet tijdig worden beslist over de verlenging.

Op grond van artikel 1:260 BW Pro en het procesreglement werd het verzoek afgewezen, waardoor de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlopen. De beschikking werd op 4 december 2023 in het openbaar uitgesproken. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is afgewezen wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/414783 / JE RK 23-1800
Datum uitspraak: 4 december 2023
beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Eindhoven,
hierna te noemen: de GI.
betreffende
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2006 [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 11 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op 11 oktober 2023.

2.De feiten

2.1
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2
Bij beschikking van de kinderrechter van 14 april 2017 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna telkens verlengd, voor het laatst tot 24 oktober 2022.
2.3
Bij beschikking van de kinderrechter van 11 april 2022 is voor [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg, te weten een netwerkpleeggezin, verleend met ingang van 11 april 2022 en tot 11 oktober 2022.
2.4
Bij beschikking van de kinderrechter van 4 oktober 2022 is in de zaak met kenmerk 22-566 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlengd met ingang van 11 oktober en tot 24 oktober 2022 en het resterende deel van het verzoek afgewezen. Bij diezelfde beschikking van 4 oktober 2022 heeft de kinderrechter in de zaak met kenmerk 22-1496 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 24 oktober 2022 en tot 24 oktober 2023 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlengd met ingang van 24 oktober 2022 en tot 24 januari 2023, onder aanhouding van het restant.
2.5
[minderjarige] verblijft bij een netwerkpleeggezin.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De GI verzoekt daarnaast een machtiging tot uithuisplaatsing om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een pleeggezin voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.2
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
4.3
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.4
Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
4.5
De GI heeft het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] op 11 oktober 2023 ingediend. De ondertoezichtstelling en machtiging van [minderjarige] verliepen op 24 oktober 2023. Gelet op het bepaalde in artikel 2.4.10 sub a van het Procesreglement Civiel Jeugdrecht, versie juli 2023 had de GI het verzoek tot verlenging uiterlijk tijdens de achtste week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende ondertoezichtstelling moeten indienen. De GI heeft het verzoek tot verlenging van de maatregelen van [minderjarige] aldus te laat ingediend.
4.6
De kinderrechter stelt vast dat gelet op het bestaande zittingenrooster en het feit er geen instemmingsverklaringen zijn verkregen voor een ambtshalve verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing het niet mogelijk is gebleken om voor afloop van de termijn een nadere mondelinge behandeling te plannen. Dit heeft tot gevolg dat niet is beslist vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende vondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] . Gelet hierop dient het verzoek tot verlenging van die maatregelen dan ook te worden afgewezen.
4.7
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging uithuisplaatsing af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023 door
mr. Dijkman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.