Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een zittingsvertegenwoordiger van de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, vanwege ernstige zorgen over haar ontwikkeling en het stagneren van de reeds ingezette hulpverlening. De minderjarige zit klem tussen haar ouders, waarbij de situatie rondom haar verblijf en schoolgang problematisch is.
Tijdens de mondelinge behandeling erkenden beide ouders de noodzaak van hulpverlening en maakten zij zich ernstige zorgen. De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de gronden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat een spoedmaatregel noodzakelijk is om acute bedreigingen weg te nemen.
De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor drie maanden, met onmiddellijke uitvoerbaarheid vanwege de urgentie van de situatie. De beschikking werd op 10 november 2023 mondeling gegeven en op 29 november 2023 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor drie maanden wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging.