ECLI:NL:RBZWB:2023:8854
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-beschikking wegens ontbreken volmacht ongegrond verklaard
Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking 2021 van een object te een plaats. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen geldige machtiging was overgelegd waaruit de bevoegdheid van de gemachtigde bleek. De rechtbank bevestigt deze niet-ontvankelijkheid omdat belanghebbende niet binnen de gestelde termijn de benodigde documenten heeft aangeleverd.
Het beroep tegen deze beslissing is daarmee kennelijk ongegrond. De rechtbank wijst wel een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn van ongeveer elf maanden. De vergoeding wordt vastgesteld op €100, verdeeld over de heffingsambtenaar en de minister, en daarnaast wordt proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank benadrukt dat een gemachtigde zonder geldige volmacht geen bezwaar kan indienen en dat het bestuursorgaan in dat geval het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaart. De schadevergoeding is gematigd vanwege het beperkte financiële belang en de aard van de zaak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een geldige volmacht.