ECLI:NL:RBZWB:2023:8858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen zuiveringsheffing bedrijfsruimten 2020 gegrond wegens onvoldoende verzendbewijs
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar inzake de aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten 2020. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende betwistte de verzending en ontvangst van de aanslag.
De rechtbank beoordeelde of de aanslag tijdig en op juiste wijze was verzonden. De heffingsambtenaar overlegde stukken van Jetmail die een opdracht tot verzending van aanslagen met dagtekening 30 september 2021 toonden, maar deze stukken voldeden niet aan de eisen van een deugdelijke verzendadministratie. Er ontbrak bewijs van de datum waarop de aanslag aan een postvervoerder is overgedragen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat niet aannemelijk was dat de aanslag op juiste wijze bekend was gemaakt. Het bezwaar was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en droeg de heffingsambtenaar op een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoed, terwijl het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens onvoldoende bewijs van juiste verzending van de aanslag.