ECLI:NL:RBZWB:2023:8861
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen WOZ-beschikkingen niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van een besloten vennootschap tegen de WOZ-beschikkingen van drie panden. De beroepen waren ingediend door een gemachtigde zonder de vereiste machtiging. De rechtbank verzocht de gemachtigde herhaaldelijk om een juiste machtiging te overleggen, maar deze werd niet tijdig en adequaat verstrekt.
Omdat de gemachtigde niet kon aantonen dat hij bevoegd was om namens de BV beroep in te stellen, verklaarde de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor bleef de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar ongewijzigd van kracht.
De gemachtigde verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens de duur van de procedure. De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de BV daadwerkelijk een procedure wilde starten en dat er daardoor geen sprake was van geleden immateriële schade. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Tot slot wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af en deed de uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en verzoeken om immateriële schadevergoeding werden afgewezen.